Boomkorvisserij is een visserijmethode waarbij met een viskotter twee sleepnetten over de zeebodem worden getrokken. De vangst bestaat vooral uit platvis. Deze vorm van visserij wordt vooral beoefend door Nederlanders en Belgen, maar er zijn ook Engelse, Ierse, Duitse en Deense boomkorkotters. De boomkorvisserij vindt plaats in de zeeën rond deze landen zoals de Noordzee, Het Kanaal, de Ierse Zee, de Golf van Biskaje en het Skagerrak. De voornaamste vissoorten die ermee gevangen worden zijn schol, tong, schar, tarbot en andere platvissoorten.
De boomkor bestaat uit een sleepnet, dat wordt opengehouden door de boom - een metalen buis aan de voorkant van het net. Vroeger werd voor deze staaf een boomstam gebruikt, vandaar ook de naam ''boom''kor. Aan de uiteinden van de boom zitten zware stalen sloffen of sleeën, die over de zeebodem glijden. Kor betekent sleepnet. Aan de boomkor zijn verschillende kettingen bevestigd die ervoor dienen de platvis uit het zand op te laten "schrikken". Deze kettingen worden daarom "wekkerkettingen" genoemd.
Doordat de zware vistuigen over de bodem heen gesleept moeten worden, vergt de boomkorvisserij veel kracht. De eurokotters (kustzone) zijn uitgerust met motoren van 300 pk. De grotere kotters hebben 2000 (vroeger tot wel 4000) pk. Nu de olieprijs structureel hoog is, wordt de boomkorvisserij minder rendabel.