Leven met Water | Museum Vlaardingen

Rapportage over toekomst van het museum

woensdag 9 mei 2018

In het afgelopen jaar is vastgesteld dat Museum Vlaardingen nog niet de plek in het culturele leven van Vlaardingen heeft veroverd, die was gehoopt. Eind 2017 gaf de gemeenteraad opdracht om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de gewenste ontwikkeling. Uit eerste rapportage aan o.a. de raad,  blijkt dat er een lonkend perspectief is.

Een museum dat een meer divers publiek trekt vanuit de stad en de regio, dat toeristen aantrekt. In dat museum gaat het over de historische en actuele ontwikkeling van Vlaardingen en de regio, mede in relatie tot de bredere en maatschappelijk relevante thematiek van de wisselwerking tussen mensen en het omringende water: Leven met Water. Een grote variëteit van thema’s komt dan langs: van visserij tot vis-eetcultuur en van duurzaamheid tot de strijd tegen het water.

Stip op de horizon

Binnen twee à drie jaar kan Museum Vlaardingen een bruisende en waardevolle culturele hotspot zijn, maatschappelijk relevant en een trekpleister voor een breed, divers publiek. Dat diverse publiek bestaat uit inwoners van Vlaardingen, de regio Rijnmond en de metropoolregio Rotterdam-Den Haag en binnen- en buitenlandse toeristen. Het Museum heeft dan sterke wortels in de maatschappij, een heldere positionering, een gevarieerd programma en meer samenwerking met andere (culturele) instellingen en verenigingen. In het programma staan historische en actuele ontwikkeling van Vlaardingen en de Regio centraal, bezien vanuit de bredere en maatschappelijk relevante thematiek van de wisselwerking tussen mensen en het water in hun omgeving: ‘Leven met Water’. Cultuurhistorie wordt gecombineerd met beeldende kunst die betrekking heeft op dat thema.

Museaal gepresenteerd, waar mogelijk ondersteund vanuit Educatie, worden bezoekers verleid met tentoonstellingen, exposities, evenementen en andere activiteiten, waarbij de beleving centraal staat en er ruimte is voor actualiteit.

Het Museum trekt tussen de 15.000 en 25.000 bezoekers (nu 11.000), die meer ‘waar’ voor hun geld ervaren en ook gemiddeld minder voor hun kaartje betalen.

Aanleiding

Het toenmalige Nationale Visserijmuseum had te kampen met een dalend aantal bezoekers. In 2008 is de naam veranderd naar ‘Museum Vlaardingen’ en na verloop van tijd is het ‘onderwerp’ van het museum, mede op verzoek van de Gemeente, verbreed naar: Stadsgeschiedenis, Archeologie en Visserij. Ook is besloten tot een verbouwing. De verbouwing is succesvol verlopen. Heropening vond plaats in juni 2015. Toen is ook de VVV toegevoegd. Het Museum Vlaardingen ging daarbij uit van een ‘verdienmodel’ door verhuurinkomsten van de ANWB / VVV-organisatie. Achteraf bleek, na terugtrekking van de ANWB, sprake te zijn van een kostenfactor. In totaal nam de exploitatiesubsidie van de Gemeente af en ook de sponsoring liep terug. Het bezoekersaantal blijft sinds de heropening steken op ca. 11.000 per jaar. Al met al is in 2017 geconstateerd dat het huidige bedrijfsmodel niet werkt. Het verzoek van de Raad van Toezicht van het museum eind 2017 tot verhoging van de structurele subsidie is door de Gemeente niet gehonoreerd. De Gemeente heeft echter wel ruimte geboden voor de ontwikkeling van een bedrijfsplan, waarin de al of niet levensvatbaarheid van Museum Vlaardingen wordt aangetoond en dat brede steun heeft van de betrokken geledingen en andere belanghebbenden. Daarin diende ook te worden opgenomen de variant ‘wat is maximaal te verwachten bij ongewijzigde subsidiestroom’.

De analyse

Ondanks grote inspanningen van vele betrokkenen heeft het museum zijn ambitie niet kunnen waarmaken. Het bezoekersaantal is onbevredigend en de tevredenheid van de museumbezoeker over het gebodene wisselt (te) sterk. Systematisch onderzoek naar die tevredenheid is niet mogelijk door het gebrek aan gegevens. Uit interviews komt naar voren dat voor bezoekers en betrokkenen bij het museum, het profiel van het museum onduidelijk is. Bezoekers ervaren een relatief ‘leeg’ gebouw waarin de routing ook niet duidelijk is. In het museum vinden wel veel ‘kleine’ activiteiten plaats, maar er zijn geen grote publiekstrekkers. Ook bestaat de indruk dat het publiek maar beperkt ‘divers’ is, vooral als je dat afzet tegen de  150 verschillende nationaliteiten die in Vlaardingen wonen.

Binnen het museum lopen te veel processen niet goed, ondanks de grote inzet en betrokkenheid van medewerkers en de vele vrijwilligers. Een belangrijk element daarin is het ontbreken van een langetermijnplanning: grote tentoonstellingen en activiteiten hebben al snel een noodzakelijke doorlooptijd van twee à drie jaar. Als er niet lang genoeg vooruit wordt gepland dan blijft de organisatie steeds achter de feiten aan lopen, wat veel stress veroorzaakt. Een gebrekkige planning belemmert ook de noodzakelijke PR & Marketingactiviteiten van het museum. Daarnaast wordt intern en extern een gebrek aan ‘leiderschap’ binnen het museum ervaren als onderliggende oorzaak. En dat heeft ook weer invloed op het museaal ondernemerschap (onvoldoende) en de samenwerkingsbereidheid (beperkt). Daarbij komt dat relatief veel kosten ‘vast’ zijn, waardoor er weinig budget is voor publieksactiviteiten. Dit alles leidt er ook toe dat het museum relatief beperkt eigen middelen aantrekt in vergelijking met andere musea. Dat de financiële buffer beperkt is, verwondert dan niet.

Kansen

Is het dan allemaal kommer en kwel? Zeker niet. In een straal van ca. 30 kilometer wonen ca. 2,3 miljoen mensen die allemaal behoefte hebben aan ontspanning en recreatie. En in Zuid-Holland is de ‘museum-dichtheid’ relatief laag. Kansrijke groepen, die nu nog in beperkte mate worden bereikt zijn o.a. ‘ondernemende, actieve senioren’, ‘thematisch geïnteresseerde actieve mensen’, ‘gezinnen met kinderen’ en ‘schoolkinderen’. Voor de laatstgenoemde groep gaat het dan vooral om leerlingen op middelbaar en voortgezet onderwijs, die de weg naar het museum nu nog slechts in beperkte mate weten te vinden.

Ook kunnen toeristen van buiten de regio naar het museum worden getrokken. Bovendien liggen er kansen om naast het traditionele ‘witte’ publiek, meer groepen met een niet Nederlandse achtergrond naar het museum te trekken. Gestreefd wordt naar een zo groot mogelijke diversiteit van het museumpubliek. Voor Vlaardingen en de regio snijdt het mes dan aan meer kanten. Naast een kwalitatieve bijdrage van het museum aan het culturele landschap, met als gevolg versterking van de sociale cohesie, zullen bij een toenemend bezoekersaantal ook positieve economische effecten optreden. Deze bezoekers zullen in Vlaardingen immers ook de horeca en winkels bezoeken.

Wat is nodig om de stip op de horizon te realiseren?

Het vraagt een groot aantal samenhangende activiteiten en doorzettingsvermogen om te komen tot een succesvol museum. De daarvoor benodigde activiteiten zijn samengevat in vijf speerpunten:

  1. Vernieuwen van de positionering

  2. De bezoeker centraal

  3. Structurele samenwerkingen

  4. Cultureel ondernemerschap

  5. Organisatieontwikkeling.

De speerpunten worden in het rapport nader toegelicht.

Tot slot

Zoals u hiervoor heeft kunnen lezen zijn wij ervan overtuigd dat er kansen liggen voor Het Museum Vlaardingen. Maar dan moet er wel gekozen worden. Een keuze om de ‘waarde’ van het museum voor de Vlaardingers en alle bezoekers van Vlaardingen te vergroten. Wij zijn graag bereid de kansen en consequenties toe te lichten. 

April 2018, Gert-Jan van der Vossen en Nicolette Bartelink

 

[1] Het aantal musea per 100.000 inwoners. In Zuid-Holland bedraagt dit 2.47, terwijl het landelijk gemiddelde boven de 5 ligt.