Vijf Vragen over Museum Vlaardingen

donderdag 5 juli 2018

In mei zond Museum Vlaardingen het zogenaamde ‘bedrijfsplan’ voor de toekomst van het Museum naar Burgemeester & Wethouders en de leden van de Gemeenteraad. Het plan is daaraan voorafgaand toegelicht aan een delegatie uit de nieuwe Raad en aan diverse andere belanghebbenden. Door de recente verkiezingen en de daaropvolgende collegevorming heeft B&W en de Raad nog geen tijd gevonden om een inhoudelijk debat te voeren over het plan. Maar in de wandelgangen wordt er vanzelfsprekend al wel van gedachten gewisseld over het bedrijfsplan. Lees hier onze reactie op vijf belangrijke vragen die daarbij aan ons worden gesteld.

Vraag 1: Klopt de indruk dat er met de implementatie van het bedrijfsplan eigenlijk niets verandert aan de inhoudelijk / museale koers van het museum?

Een begrijpelijke vraag. Want ook in de toekomst zal de historische ontwikkeling van Vlaardingen en de regio een belangrijk element van het programma van het Museum vormen. En dat geldt ook voor de Visserij en Haring in het bijzonder. Maar meer dan in het verleden zullen we in het programma op zoek gaan naar de maatschappelijke relevantie van die onderwerpen. Of nog concreter: de betekenis van die onderwerpen voor de mensen van toen, nu en in te toekomst. Klinkt vaag? We hopen bijvoorbeeld op niet al te lange termijn de getuigenissen van honderd Vlaardingers over de ontwikkeling van Vlaardingen in de recente geschiedenis in een expositie te laten zien en beleven. En een tentoonstelling te organiseren over Visserij in de kunst.

Vraag 2: Het bedrijfsplan vermeldt dat er ‘ontzameld’ wordt. Betekent dat, dat de nationale visserijcollectie bij de vuilstort terecht zal komen……

Nee. Dat is zeker niet het geval. Vis en de Visserij maken nadrukkelijk onderdeel uit van het profiel van het museum. Het collectieplan zal zeker opnieuw worden bekeken: om na te gaan waar de collectie om aanvulling vraagt en om na te gaan waar collectiestukken wellicht overbodig zijn. En als dat laatste al zou worden vastgesteld, dan worden die stukken aangeboden aan andere musea. Daar bestaat in de museumwereld een zorgvuldige procedure voor, de zogenaamde LAMO. En mocht er dan uiteindelijk het idee bestaan dat er stukken overblijven, dan zullen de inwoners van Vlaardingen worden betrokken bij wat er met de resterende stukken moet gebeuren.

Vraag 3: Klopt het dat het overgrote deel van de subsidie van de Gemeente aan het museum alleen maar gaat zitten in een duur betaalde staf?

Museum Vlaardingen draait voor een belangrijk deel juist op vrijwilligers. Zonder vrijwilligers geen museum. Voor een beperkt aantal taken is voorzien in betaalde functies. Maar wie goed kijkt ziet dat de inschaling van die functies zeer bescheiden is. Dat neemt niet weg dat de post salariskosten een belangrijk onderdeel van de kosten is. Een ander belangrijk deel van de jaarlijkse subsidie voor het Museum zit in het beheer en onderhoud van het pand. En er is voorzien in een stijgend budget voor activiteiten. Het geheel is nodig om het publiek een attractief programma te bieden. En daar profiteert het publiek van.

Vraag 4: Betekent het bedrijfsplan dat aan het eind van dit jaar alles in het museum weer op orde is?

Het bedrijfsplan omvat een actieplan voor de jaren 2018 t/m 2021. Er moet veel gebeuren om die bruisende hotspot te worden die het Museum en Vlaardingen nog beter op de kaart zet. Speldenprikken zijn niet genoeg. Het gaat om een verandering die stap voor stap, daadkrachtig en koersvast moet worden doorgevoerd. Gaandeweg zal het museum dan ook aantrekkelijker worden. Wij hopen van harte dat u die positieve ontwikkeling wil meemaken!

Vraag 5: Wat is nu de doelgroep van het museum? Ik heb de indruk dat het museum er vooral is voor een kleine elitaire groep.

Wellicht is die indruk in het verleden ontstaan. Maar niets is voor de toekomst minder waar. Museum Vlaardingen richt zich in de programmering nadrukkelijk op een breed en divers publiek. Kunst en creativiteit bieden mensen een andere kijk op de wereld, een positieve beleving en helpt mensen los te komen van de dagelijkse sleur, de blik te verfrissen. Mee- en samen doen en beleven zal meer dan ooit het devies zijn. Voor jong en oud, voor een grote diversiteit aan culturele achtergronden. Het museum is er voor iedereen.

Met zijn programmering en activiteiten wil het Museum waar mogelijk bijdragen aan een sociale omgeving en daarmee een rol spelen in het sociaal beleid van de gemeente. En het museum krijgt bij meer bezoekers ook een economische functie: midden- en kleinbedrijf zullen profiteren van de aanloop die het museum teweeg brengt en de positieve beleving van de bezoekers. Om dat te bereiken zijn er natuurlijk nog heel wat stappen nodig. Met de hulp en betrokkenheid van alle Vlaardingers gaat het zeker lukken.

Nicolette Bartelink & Gert-Jan van der Vossen