Een aanwinst: ‘Museum voor de Jeugd’ 1806

woensdag 19 september 2018

In juni 2017 verwierf het museum een klein maar fijn boekje, getiteld ‘Museum voor de jeugd met gekleurde afbeeldingen’, in 1806 uitgegeven door E. Maaskamp te Amsterdam. Het is het tweede deel van dit kleine boekje van slechts 9.5 x 12.0 cm. Het telt 114 bladzijden. Het is een typisch educatief-encyclopedisch kinderboekje uit de 19e eeuw.

Het brengt allerlei nieuwe uitvindingen, nieuwe toepassingen en nieuwe ontdekkingen in een voor de toenmalige jeugd leesbare vorm. Het boekje is daarvoor geordend in thema’s en bij elk thema behoort een gekleurde plaat. Daarin staan verschillende afbeeldingen voorzien van een cijfer. In de tekst worden deze cijfers als verwijzing naar de afbeeldingen gebruikt. Thema’s zijn bijvoorbeeld: De aarde; de steenen; het ijzer; de zijdeworm; de boomolij; de zee. Dit laatste thema gaf de doorslag om dit boekje aan te kopen.

De plaat XXXIII. behorende bij het thema ‘De zee’ laat in het bovenste gedeelte (2/3 van de plaat) zien: een haringbuis aan de vleet, een spuitende walvis, twee robben en een groot zeilschip. In het onderste deel van de plaat (1/3) zien we van links naar rechts een oesterton, een walvisbaard of balein (onduidelijk in de tekst), een kabeljauw met daaronder een schelvis en een schol, een kompas, een boei en een anker.

We kunnen hier niet de hele tekst weergeven, maar enkele opvallende stukjes wel. Over de haringvisserij: ‘Geen natie weet den haring zo wel te behandelen als de Hollanders, waarom ook de Hollandsche haring in alle landen boven anderen de voorkeur heeft’. Willem Beukelszoon wordt genoemd als de uitvinder van het zouten en kaken van de haring eind 14e eeuw, waarvan wij inmiddels weten dat dit niet waar is. En uiteraard wordt er op gewezen dat in Hoorn in 1416 het eerste grote haringnet gebreid is.

Een andere bijzonderheid wordt er gegeven over het anker. Voor het vastleggen van grote zeilschepen was een zwaar anker nodig. In Amsterdam testte men zo’n anker als volgt: ‘het anker wordt met de armen naar beneden aan een hoogen paal opgehijst, waarna men hetzelve met het midden der schacht op een zwaar stuk ijzer laat vallen; zo het anker deze proef doorstaat, zonder breuken of scheuren te bekomen, wordt hetzelve door een daartoe aangestelden proefmeester met een merk gestempeld’. Toch weer wat geleerd.