Over het werk van Dwight Harold Marica
“Ik hoop dat bezoekers het ambachtelijke in zijn werk terugzien”
Kunsthistorica Nora Ming Marica (26) groeide op met een oom als kunstenaar: Dwight Harold Marica. Wat begon met rondrennen in een atelier vol grote installaties en allerlei merkwaardige materialen, groeide uit tot een kunsthistorische blik op hetzelfde oeuvre. In gesprek met Nora wordt duidelijk hoe haar kijk op het werk van haar oom door de jaren heen veranderde.
Het atelier als speelruimte
De vroegste herinneringen aan het werk van haar oom gaan terug naar de Hofbogen in Rotterdam. Daar werkte Dwight in grote, gedeelde ateliers die destijds kraakpanden waren. “Dat voelde als kind als een soort speelplaats,” vertelt ze. “Er waren enorme ruimtes waar kunstenaars werkten en zelf tentoonstellingen maakten. Het rook er muf, er stond een rookmachine… en ik rende daar gewoon rond.”
Ze herinnert zich nog hoe ongrijpbaar zijn werk voor haar was. “Ik weet nog dat ik als kind zijn kunst niet echt kon plaatsen. Ik wist wel dat het kunst was, maar het was natuurlijk heel abstract. In die tijd maakte hij nog veel werken met kabels, voor mij leken die een beetje op mummies. Tegelijkertijd leerde ik al jong dat kunst van alles kon zijn. In zijn werk gebruikte Dwight vaak oude materialen of gevonden voorwerpen. Daardoor was ik me ervan bewust dat kunst niet per se een schilderij aan de muur hoeft te zijn.”
Met nieuwe ogen kijken
Tijdens haar studie begon Nora met nieuwe ogen naar het werk van haar oom te kijken, dit keer vanuit een kunsthistorisch perspectief. Een belangrijk moment daarin was haar stage bij Museum Boijmans Van Beuningen, waar zij onderzoek deed naar de aankoopmotieven achter werken van Dwight Harold Marica, Jean-Michel Basquiat en Kevin Osepa. Door deze kunstenaars uit verschillende generaties met elkaar te vergelijken, kreeg ze meer inzicht in de manier waarop musea kunst verzamelen en waarderen.
Wat haar aan de kunstpraktijk van Dwight blijft fascineren, is zijn weigering om in categorieën te passen. “Hij wilde niet alleen gezien worden als Surinaamse kunstenaar. Zijn werk gaat over zo veel meer: technologie, sciencefiction, muziek... Die gelaagdheid maakt het juist heel sterk.” Ook zijn materiaalgebruik blijft fascineren: “Hij gebruikt vaak alledaagse materialen zoals piepschuim en kabels. Dingen waar je normaal overheen kijkt, krijgen in een museale context ineens waarde. Dat spel tussen alledaags en verheven vind ik heel interessant.”
Tentoonstelling in Museum Vlaardingen
In de tentoonstelling Reality Architect ziet Nora hoe verschillende fases van zijn werk samenkomen. “Je ziet echt een ontwikkeling van 2D naar 3D, van tekeningen naar sculpturen. En hoe bepaalde thema’s en materialen steeds terugkeren. Ik hoop vooral dat bezoekers het ambachtelijke terugzien in zijn werk. De tijd die erin zit. Dat het laag voor laag is opgebouwd en dat je dat ook letterlijk kunt zien als je voor het kunstwerk staat”.
Binnen zijn oeuvre heeft ze meerdere favorieten. “Ik ben heel erg fan van zijn grote schilderwerken. Ik hou van abstract-expressionistische schilderkunst. Dus de Daffy Duck-serie springt er voor mij echt uit. Ook de Mandala-serie spreekt mij erg aan. Daarnaast blijf ik gefascineerd door zijn oudere werk, zoals de draadsculpturen en piepschuimbeelden die ik bij Boijmans heb gezien. Juist het materiaalgebruik maakt die werken voor mij zo interessant."
Blik op de toekomst
Tot slot kijkt de jonge kunsthistorica naar haar eigen toekomst in de kunstwereld. “Het liefst werk ik met jonge kunstenaars, van mijn eigen generatie, die de kunstwereld net navigeren en daarin ook reageren op de kwesties van deze tijd.” Daarbij wil ze zich blijven richten op de praktijk achter kunst. “Ik wil precies begrijpen wat een kunstenaar doet en hoe iets tot stand komt. Dat blijft voor mij het belangrijkste.”
Artikel en foto door: Claudia Steur